Holland is plat. Niet eens boven de zeespiegel. België doet het iets beter. Maar het is ook pas in het zuiden dat je de heuvels heuvels kunt noemen. In Azië heb je ook weinig heuvels. Het zijn vooral bergen(!) die je hier moet trotseren. Dat trotseren is niet alleen tijdens het wandelen, maar ook onderweg in de auto. Bij elke rit probeer ik te arrangeren dat ik vooraan zit. Je weet maar nooit dat het té bochtig wordt. Of dat de chauffeur een kamikaze blijkt te zijn.

Gelukkig is mijn eten nog maar één keer terug naar boven gekomen in een auto en dat was in Marokko. Zelfs de weg naar Pai, Thailand, met 762 bochten was aangenamer dan dat ritje door de bergen tussen de woestijn en Marrakesh. Een meer medogeloze wegpiraat dan die Marokkaan bestond er niet. Dacht ik. Tot gisteren.

In de bus van Kuala Lumpur naar de Cameron Highlands zag ie-de-reen groen van de misselijkheid. Het was alsof de Maleisische chauffeur met opzet gas gaf in de bochten en remde op de verkeerde momenten. De mensen op de achterste stoelen van de (grote!) bus werden gemarteld. Ik heb, net als vele andere passagiers, mijn ganse ontbijt in een plastic zakje overgedragen. De teller staat dus op twee nu.

Tussen het kreunen en kotsen door viel me wel op dat de natuur rond ons steeds mooier werd. Dat was het enige wat me nog recht hield tijdens die rit. De veelbelovende bestemming! En Max, die (ondanks zijn verdraaide maag) voor me klaarstond met water, zakdoekjes en schouderklopjes.

Onze aankomst in Cameron Highlands een uurtje later was (begrijperlijkerwijze) het hoogtepunt van mijn dag. Ik had zelfs een yes-momentje toen ik bij het uitstappen merkte dat iedereen hun zakje met vloeibaar ontbijt in de bus had achtergelaten. Hopelijk kon de chauffeur beter opruimen dan rijden.

Ben benieuwd wat jij denkt!