De zachste matrassen in Thailand zijn de hardste die in de slechtste matrassenwinkel van de Lage Landen te vinden is. Een paar dagen geleden sliepen we op een matras die bestond uit een plank met een laagje stof eroverheen. Eigenlijk kan je het geen matras meer noemen. Gevolg: elke ochtend ben ik zo stijf en stram als de matrassen waar we op geslapen hebben.

Die harde nachten gecombineerd met lange dagen waarop mijn rugzak niet van mijn schouders lijkt te komen, zijn me langzaam maar zeker aan het nekken. Eigenlijk is dat het enige waar ik op dit moment moeite mee heb: de fysieke uitdaging en het slopende effect op mijn lichaam.

Toch huppelde ik gisteren met gemak vijf kilometer door de Thaise jungle om het zevende level van de Erawan watervallen twee kilometer boven in de bergen te zien. Met gemak, omdat de natuur hier iets bovenmenselijk heeft en hoe dieper je  in de jungle gaat, hoe stiller je ervan wordt. Nochtans waren we nog steeds dichtbij wegen en beschaving, maar de wirwar van lianen, de onberekende stroom van het water onder en door boomwortels, het prachtig blauwe water bij elke waterval en het oneindige geluid van krekels, vogels en vallend water laten je moeiteloos die pijnlijke knieën vergeten.

We waren met drie andere westerlingen toen we de watervallen beklommen: Joska, een jolige Fries die ons al twee dagen vergezelde, Maya, een Deense solo traveler en Isabelle, een Pariesienne van zeventig. Je houdt het niet voor mogelijk, maar de zeventigjarige Franse heeft de hele tocht door riviertjes, over rotsen en onder boomstammen met pit doorstaan. Max was natuurlijk gentleman en hielp haar over de grootste obstakels, maar als ze niet écht hulp nodig had, dan flikte ze het liever alleen.

Onze hele groep keek met ontzag hoe dat Franse omaatje de hele tocht doorkrabbelde in de tropsiche hitte en zelfs in haar ondergoed mee ging baden toen we een verlaten waterval gevonden hadden. Het was duidelijk dat dit niet haar eerste avontuurlijke reis was. Ons eerste trip na deze Azië reis ligt al vast: Parijs!

Het was een fantastische dag met fijn gezelschap en prachtige natuur. Geen moment dacht ik aan mijn stijve schouders of zere knieën. Pas toen we op de bus zaten en terug naar Kanchanaburi hobbelden, overviel de vermoeidheid me opnieuw. Eigenlijk zaten alle passagiers er met kleine oogjes bij, verslagen door de trektocht.

Gelukkig sliepen we die nacht wel op (redelijk) zachte matrassen en in fijne schone lakens. We lachten en rolden en kreunden van blijdschap toen we onder de lakens kropen. Raar hoe dankbaar je wordt van zoiets simpel als een ‘normaal’ bed. En we zijn pas op dag tien.