Het is ons nog niet helemaal duidelijk wanneer we terug naar Europa gaan. We hebben ruim de tijd en een bepaald budget waar we makkelijk een half jaartje mee kunnen. Omdat we best veel landen op ons lijstje hebben, dachten we voor ons vertrek al luidop aan acht maanden.

Echter worden mama’s voor een goede reden mama’s genoemd, want de mijne had al zo’n donkerbruin vermoeden toen ze aandrong dat we écht terug moesten komen. Met rollende ogen en een ‘mam, alsjeblief’ heb ik dat toen weggelachen.

Stenen matrassen en Thaise toiletten

De voorbije weken is er echter een gevoel in mijn onderbuik ontstaan. Een warmte, een rust. Ik kon het eerst niet plaatsen, maar sinds we in Pai, noord Thailand, zijn aangekomen, wordt het steeds duidelijker wat ik voel: ik ben aan het leven.

Nederland en België zijn mijn thuis, daar voel ik me comfortabel en heb ik zekerheid. Ik weet dat ik (hoogstwaarschijnlijk) niet ziek word als ik er op restaurant ga. Ik slaap er elke avond in mijn eigen zachte bed. Ik weet welke dag van de week het is en ik moet niet elke ochtend uitzoeken hoe de douche werkt.

Sinds we in Azië zijn, is niets meer ‘normaal’. Beslissen in welk tentje we ‘s avonds zullen eten betekent elke keer opnieuw het risico aangaan dat we misschien de dag erna ziek zullen zijn. We volgen daarin steevast het advies van Jelle Brandt Corstius (in de Universele Reisgids voor Moeilijke Landen) en tot nu toe ging alles goed, maar het blijft een beetje spannend. Zeker als je een blik werpt in de keuken… Ook is het best wennen om niet te weten waar je die avond zal slapen. Meestal hebben we al wat geboekt voor we naar de volgende stad gaan, maar de foto’s vertellen je niet op voorhand of de matras weer een houten plank is. Ook is het altijd een verrassing of de boiler het wel doet (als er überhaupt al een is) en het was bovendien een hele uitdaging om de werking van de Thaise toiletten onder de knie te krijgen. Het vraagt enige techniek.

Sprookjesleven

Alles wat wij dus zien als ‘basisbehoefte’ in Europa, is hier steeds onduidelijk of onzeker. In ruil voor dit verminderde comfort, krijgen we elke dag een stralende zon boven ons hoofd, prachtige dingen te zien en niemand die ons zegt wat we moeten doen. We doen wat we willen, we eten wat we willen, we nemen pauze wanneer we willen, … Hier in Pai zijn we na drie weken op het punt gekomen dat we vooral ons lichaam en ons hart volgen. We staan op wanneer we wakker worden en we doen wat ons hart die dag beheert.

Het klinkt onwerkelijk, als een sprookje dat niet kan blijven duren, maar eigenlijk voelt het niet als luxe. Sinds ik hier ben, begin het te dagen dat het ons goed recht is om gewoon vrij te mogen beslissen wat we doen en laten. Om te leven. Dat we zo op ons mooist en sterkst zijn. Op ons gelukkigst. Dat dit is hoe het leven hoort te zijn.

Illusiebreker: we worden elke dag best vroeg wakker door hanen of andere vroege vogels en wat ons hart beheert is niet de hangmat. Gisteren hebben we zes uur lang door jungle getrokken langs een wazig paadje dat tientallen keren dwars door de rivier ging. Ik kwam helemaal kapot en uitgeput terug, maar het was een fantastische dag! Laat de volgende uitdaging maar komen!

Geen geld van de wereld

Het valt nog af te wachten hoe we er over een half jaartje over denken, maar kan het vervelen om elke dag op het tempo van je lichaam te doen waar je van houdt? We gaan vast terug naar Europa wanneer de tijd aanbreekt (@mama: maak je maar geen zorgen!) maar dat warme gevoel vanbinnen, dat wil ik voor geen geld van de wereld meer missen.

Ben benieuwd wat jij denkt!