Er zijn zo van die dagen waarop het geluk aan jou kant staat… en dan zijn er ook van die dagen waarop je al het geluk voor het héle jaar opgebruikt. Gisteren hadden we zo’n dag. In Kuala Lipis hebben we geleerd dat geluk je op twee manieren kan overkomen: je kan het zelf proberen afdwingen met baldadigheid of je kan simpelweg omvergeblazen worden door de goedheid van een ander.

Beetje baldadig

Heel slim hadden we het niet aangepakt, want daar stonden we om middernacht in een nieuwe stad zonder slaapplek. Tegenwoordig boeken we onze kamer niet meer op voorhand, maar lopen we gewoon een paar hostels binnen tot we iets vinden wat ons aanstaat. Echter is dat niet zo eenvoudig om 1u ‘s nachts. We hadden al een paar hotels en hostels wakker gebeld, maar het antwoord was telkens ‘sorry, full’. De ene iets vriendelijker dan de andere. Eigenlijk geloofden we er geen flikker van dat alles vol zat. Niemand had zin om ons nog zo laat in te checken.

We hadden wel een bereidwillige receptionist gevonden aan de achterkant van het station, maar die had enkel superdeluxe kamers over en dat kostte ons iets te veel. Ons opties geraakten echter op, dus gingen we online kijken. Daar stond een goedkope kamer beschikbaar in het hotel aan het station. Hoewel we wisten dat er eigenlijk niets beschikbaar was voor die prijs, hebben we toch online ‘geboekt’ en stonden we vijf mintuten later met onze reservering te zwaaien aan de bali.

Maleisië zit vol goede zielen! Na de rit hebben we nog een koffietje gedronken met deze meneer die ons zomaar een lift gaf

Er konden twee dingen gebeuren: ze annuleren onze reservering met excuses en zetten ons weer op straat… of ze geven de duurdere kamer voor de prijs van de reservering! Ja hoor, ze deden het laatste! Om half twee lagen we tussen de lakens in een gigantische kamer met alles erop en eraan. We hebben heerlijk geslapen! Voor een spotprijsje!

I’ll sent you

De volgende dag waren we natuurlijk veel te laat op om nog diezelfde dag in Taman Negara te geraken. We moesten immers nog twee bussen en een boot nemen! Maar goed, we hadden lekker geslapen en we hadden (soort van) de tijd, dus gingen we vol goede moed weer naar het treinstation om uit te zoeken welke bus we moesten nemen. Echter was het busstation twintig minuten wandelen verderop. Dan maar een beetje rondvragen wat te beste opties zijn. Misschien geraken we er wel met een (dure) taxi?

In een klein winkeltje op de hoek van de straat vonden we een gezellige bedoening van vijf mannen die schoenen aan het repareren waren. Met mijn liefste glimlach vroeg ik hen of zij wisten hoe we het best in Kuala Tembeling konden geraken. Bus? Taxi? Na nog geen minuut zei een van die mannen: I’ll sent you, no worries. Dat is Maleisisch Engels voor ‘Ik breng je wel’. Wij geloofden natuurlijk onze oren niet, maar hij was heel serieus. Tien minuten later zaten we in zijn auto op een shortcut naar Kuala Tembeling.

Gratis vervoer en aangenaam gezelschap! Ons geluk kon niet op, dachten we. Alsof dat nog niet genoeg was, bleek bij aankomst dat we nét op tijd in Tembeling waren om de laatste boot naar het national park te halen. De volgende boot ging pas de volgende ochtend! Om 15u hadden we na een prachtige boottocht ingecheckt in een mooi afgelegen guesthouse in Kuala Tahan van super lieve mensen. Het enige wat we nog moesten doen was genieten!

En onze geluksdag werd niet gecompenseerd, want we hadden een prachtige tijd in het national park en onze nacht in de jungle!

Nog zo’n prachtmensen, Delimah en haar dochter. Vijf dagen dagen na onze aankomst werd ik emotioneel van hun afscheidsknuffels!

Ben benieuwd wat jij denkt!