Ik heb net het boek ‘Eat, pray, love‘ uit, mijn dertiende boek van deze reis. Het hoofdpersonage in het verhaal reist in één jaar door drie landen met als doel zichzelf te vinden. Ze doet dat door te genieten van het heerlijke eten in Italië, te mediteren in een ashram in India en alle soorten liefde te ontdekken in Indonesië.

Ik vond het verhaal erg pakkend. Voor omdat ik op dit moment zelf ook letterlijk en figuurlijk op reis ben. Ook mijn afgelopen (half) jaar was een zoektocht naar mijn begeertes, naar het spirituele, naar liefde in alle vormen en maten. Afgelopen week in Gujarat, India, was een mini-versie van deze grote reis naar mijn hart. Met eten, bidden en beminnen in de hoofdrol.

Eat

Deze week hebben we drie keer ongelofelijk lekker gegeten op drie verschillende plekken. Sinds we onderweg zijn, zijn we al blij als we één keer per week echt kunnen likkebaarden. Niet dat we hier geen goed eten vinden, maar we houden érg veel van lekker eten en zo’n foodgasme maakt onze hele dag!

Eén plek was ons aangeraden door ons guesthouse in Diu. Amai, daar zijn we voor elke volgende maaltijd terug gegaan. Voor de tweede tent lieten we ons naar een uithoek van Bhuj brengen omdat andere reizigers dat restaurantje hadden aangeraden. En ho, wat hadden ze gelijk. Maar de derde eettent, die tartte elke verbeelding.

Ergens tussen de Black Hill (waar onze auto door magnetische krachten bergop werd getrokken) en de White Desert (één van de grootste zoutvlaktes op aarde) zaten we vol ongeloof ons bord af te likken in de hoek van een garage. De toko zat ergens aan een stoffige secundaire weg in een ruimte waar één auto in had gekund. Er was enkel een ton met water om onze handen te wassen en er stond maar één iets op het menu: thali. Oh. Mijn. God. Zelfs de witte rijst was engelenpis. Zo. Onvoorstelbaar. Lekker. Je zou voor minder in God geloven.

Pray

Ik bid soms. Maar niet voor een god. Mijn gebeden gaan eerder naar het universum. Ik vind het een fijne manier om dankbaarheid te uiten of radeloosheid aan te pakken als logica niet meer voldoende is. Tegenwoordig gebeurt dat steeds vaker al mediterend op mijn yoga mat, maar deze week heb ik twee keer mijn handen gevouwen bovenop de top van een heilige berg (is een half pleonasme want haast alle bergen in India zijn heilig).

Op een mooie ochtend begonnen we om 6:00 aan de 3500 trappen van de eerste berg, de Shatrunj in Palitana. Het is het ‘Mekka’ van de Jain gelovigen. Elke Jain moet de pelgrimstocht minstens één keer in zijn leven doen. De hele tocht naar boven was magisch. Groot en klein, met of zonder schoenen, iedereen ging de uitdaging van de berg aan. Hoewel we allemaal onze eigen reden hadden om boven te geraken, voelden we de eenheid met de andere pelgrims. Zelfs in simpele vluchtige gesprekken druipte de dankbaarheid en vriendschap ervan af. De Gujarati zijn zulke lieve mensen.

De Girnar herbergt het meeste aantal tempels ter wereld, dus we keken ons ogen uit bovenaan. In de grootste tempel belandden we ergens onder de koepel en duwde een Indiër wierrook in onze handen. We waren helemaal alleen in een prachtige tempel, hoorden vaag muziek en biddende mensen van de ceremonie onder ons en liepen samen stap voor stap met dat ene wierrookstokje rond een of ander godenbeeldje. Ja, zelfs de grootste atheïst ter wereld zou de spiritualiteit voelen die ochtend. Het hoofd buigen en de energie opzuigen was een natuurlijk antwoord.

Love

Onze tweede pelgrimstocht op de Girnar berg in Junaghad ging minder om bidden (en vragen) maar meer om delen (en geven). Dit keer geen 3000, maar 10.000 treden! We waren compleet onvoorbereid vertrokken met een groep jongens die we een half uur eerder hadden ontmoet. Maar sommige kansen kan je niet laten liggen en dit was er zo eentje. Met een lege maag begonnen we rond 20:00 in de avond de tocht. Na 2500 stappen hielden we halt bij een tempelgrot en haalde de groep een massa eten uit hun zakken. Maar het is niet wat je denkt. Er volgde geen reuzegroot fantastisch avondmaal. Nee, alles werd uitgedeeld aan de pelgrims die passeerden.

Die groep jongegasten vondt het levensbelangrijk om op de verjaardag van hun god blootvoets een berg van ruim 1000 meter te beklimmen, eten uit te delen aan passanten en een stel blanken te overtuigen om zo snel mogelijk te trouwen. Béétje gek… We hebben geprobeerd uit te leggen dat jongeren in Europa zich meestal met andere (minder voorbeeldige) dingen bezig houden en ook niet meteen trouwen na één jaar of één kennismaking, maar dat was vergeefs. Nu ja, we waren niet bepaald het beste voorbeeld van een doorsnee Europeaans koppel. In Europa is het vergeefs uit te leggen dat we langer samen op reis zijn dan dat we samen thuis zijn geweest. We zijn allemaal een beetje gek dus.

Toegegeven, ik voelde de warmte en liefde als een zacht dekentje om me heen die nacht op de Girnar. Hoe die jongens twee compleet vreemden uitnodigen op hun tocht, de hele nacht eten en drank uitdelen en zonder klagen of slapen de volgende ochtend nog eens 7500 treden beklimmen om te knielen voor hun god. Waaw. Onderweg staken ze vermoeide mensen een hart onder de riem. Allemaal met een glimlach. Het was aanstekelijk. Nooit gedacht dat een groep Indiase kwajongens van rond de 20 jaar mij zouden tonen wat liefde is.

Naast inspirerende liefde is er ook nog dat overmeesterende gevoel waarbij je alleen maar kan gaan zitten, zuchten en hoofdschudden. Dat gevoel dat jou compleet uitschakelt. Je kan nauwelijks nog ‘ik hou van je’ fluisteren… Dat soort liefde is ook mijn leven in geslopen.

Mijn zoektocht is voorbij. Ik heb mijn bestemming bereikt. Vanaf nu eet, bid en bemin ik alles en iedereen de moeder!

Ben benieuwd wat jij denkt!