Laos is een lang land. Letterlijk. Het is 1000 kilometer van het noorden van Laos naar de delta in het zuiden (de 4000 eilanden waar Max en ik nu vertoeven. Twee weken geleden waren we helemaal in het noorden in Muang Ngoy (waar ik dat waaw-momentje had). Dat betekent dus dat we in tien dagen bijna 1000 km gedaald zijn. Die lange afstand voelen we in onze botten aan twee dingen: (1) we hebben het weer warm voor het eerst in weken en (2) we kunnen nu eventjes geen bus meer zien.

Bloemkolen en waterflessen

We hebben de volgende (traditionele) route en stops gevolgd: Luang Prabang – Vang Vieng – Vientiane (hoofdstad) – Thakhek – Pakse – Don Det. Na twee busreizen hadden we al begrepen dat je altijd 50% mag optellen bij de aangegeven tijd op het rooster. Zeggen ze dat de busreis vijf uur zal duren? Reken dan maar op een dikke zeven uur.

Terwijl er in Thailand nog aanwijsbare verschillen waren tussen een lokale bus en een toeristenbus (VIP bus zoals ze het hier noemen), heb je in Laos geen idee in welke bus je terecht gekomen bent. Elke bus zit vol met Laotianen (wat oprecht erg gezellig is) en al hun gerief (wat oprecht minder gezellig is). Van kinderfietsjes tot gigantische dozen met onbekende inhoud en grote verhuiszakken – je ziet het allemaal. We vonden op een bus zelfs eens een motor schroef voor een boot in het gangpad.

Op een andere bus (waar we niet zijn opgestapt) was een scooter naast de chauffeur vastgeknoopt waardoor niemand aan de voorkant nog in of uit kon. Als je nu denkt ‘nou, dat is onveilig’, dan vertel ik je graag dat een van de twee in-/uitgangen van de bus standaard volgepropt wordt met spullen en bagage. En alsof de bus dan nog niet voldoende geladen is, gooien ze ook nog het hele dak vol met bloemkolen of waterflessen.

Eierschelpen

De rit van Vientiane naar Thakhek tartte alle verbeelding. Toen we instapten, waren ze zoals gewoonlijk het trapje aan de tweede ingang van de bus aan het volstouwen. Gelukkig had ik me al gesetteld terwijl Max nog snel een lunch ging scoren. Toen hij ook instapte werd al duidelijk dat niet iedereen een zitplaats zou hebben. Na wat chaos en Laotiaans gebrabbel nam de busverantwoordelijke een stapel plastic stoeltjes en begon die naast elkaar in het gangpad te plaatsen. Ik dacht dat die stoeltjes bij de baggage hoorden! Niet dat er passagiers in het gangpad zouden moeten zitten!

We hoorden echter geen enkele Laotiaan klagen en na enkele minuten zat iedereen. Er was geen vierkante centimeter niet benut op de bus. Na zeven uur puffen kwamen we eindelijk aan op onze bestemming. Het duurde echter eventjes tot iedereen van de bus was en zijn spullen weer onder de arm had. Al klimmend over de stoeltjes en tussen het afval, eierschelpen, plastic zakken, restjes rijst, etc… zijn we van de bus geraakt. Ik heb mijn backpack genomen en heb nooit meer omgekeken.

Met handen en voeten

Onze laatste busreis naar de 4000 eilanden was het toppunt. We waren naar het busstation gegaan om een slaapbus te regelen van Thakhek naar Pakse of Don Det (zoals een paar andere reizigers die de nacht voorheen vertrokken waren). Helaas werkte niets of niemand mee en stapten we vier uur later in op een gewone bus. Het was toen 19u en ons was gezegd dat de busreis zeven uur zou duren. We keken er niet erg naar uit, want dat betekende dat het eigenlijk meer dan tien uur zou duren.

Max en ik hadden ons helemaal vooraan genesteld, omdat we daar onze voeten konden strekken tegen de ruit. Dat maakte het slapen iets comfortabeler. Echter kwam een man naar me toe om te zeggen dat ik op een andere plek moest zitten. Ik dacht ‘mooi niet, jij plekpikker, jij wil gewoon zelf hier zitten en lekker languit slapen’, dus ik bleef zitten. Toen de bus was vertrokken, kwamen echter drie mannen in het Laotiaans met veel handgebaar uitleggen dat ik echt elders moest zitten. Max begon het na een tijdje ook op zijn heupen te krijgen en twee Britten die iets verderop zaten, begrepen er ook geen snars van. Er was niemand op de bus die ook maar één woord Engels kon. Na een tijdje was de hele bus naar ons aan het staren en werden de drie mannen duidelijk een beetje ongeduldig…

We hebben nu nog steeds geen idee waarom, maar uiteindelijk zijn Max en ik verplaatst naar de plek van die twee andere reizigers en moesten zij op onze plekken zitten… Na veel gespeculeer denken we nu dat ik niet boven de chauffeur mocht zitten omdat ik een vrouw ben. Het is en blijft een raadsel.

Panne

De nacht was lang en full of terror. Bij elk kruispunt of stad die iets betekende, stopte de bus om pakketten af te geven of mensen af te zetten. Volgens onze berekeningen zouden we rond 4u ‘s ochtends op onze bestemming aankomen. Een beetje na middernacht was de bus leeg genoeg om ons te strekken over meerdere stoelen zodat we toch ietwat konden slapen. Toch hebben we elk uur van de klok gezien.

Om 4u waren we helaas nog niet aangekomen. Op dat moment stonden we nog in Pakse, waar we twee uur daarvoor waren gestopt. De chauffeur was nog steeds aan de motor aan het sleutelen. Uiteindelijk zijn we net na zonsopgang afgezet aan een kruispunt waar we met een tuktuk en een bootje verder konden naar Don Det, een van de 4000 eilanden. Om 8u ‘s morgens hadden we een fijne bungalow gevonden en zaten we te ontbijten aan het water.

De afgelopen twee dagen hebben we niets anders gedaan dan gerust, geslapen en nog eens gerust. Een lichte blaasontsteking en opgezette keel betekent dat het eventjes te veel is geweest.  Zeg wat je wil, maar reizen is hard werken en soms is dagenlang luieren in een hangmat en klagen over het vervoer en de hitte (35 graden!) gewoon een noodzaak.

Ben benieuwd wat jij denkt!