Vandaag heb ik opnieuw mijn grenzen verlegd. Letterlijk en figuurlijk. Ik heb deze middag tot 4000 meter hoogte gewandeld!

Vannacht zag het er echter niet zo goed uit. Max en ik hebben allebei best heftige dromen gehad en een tijdje wakker gelegen. Ook hadden we een lichte pijn in ons voorhoofd. Dat zijn symptomen van hoogteziekte. Niet zo erg als de vrouw die vanmorgen haar ontbijt er meteen weer uitkotste te midden het terras, maar voldoende om maatregelen te nemen. Vandaag en morgen worden daarom acclimatiesatiedagen. Dat betekent: walk high, sleep low. We moeten zo hoog mogelijk wandelen en dan weer dalen om op lagere hoogte te slapen. Dat zorgt ervoor dat ons lichaam meer gaat werken om de lagere zuurstof aan te kunnen, maar ‘s nachts slapen we toch lekker omdat we niet op die hoogte blijven. Of dat hopen we toch.

Een goede plek om zulke acclimatiesatiewandelingen te doen is Braga. Het dorpje zelf stelt niet veel voor (bijna alle huizen staan leeg omdat de inwoners naar de stad zijn getrokken) maar het is de ideale uitvalsbasis voor een trek naar de Milarepa grot op 4000m en het IJsmeer op 4600m.

Na een hartig ontbijt en 2,5 uur dalen kwamen we aan in Braga, terug bij de rivier in de vallei. Weeral hadden we te snel gewandeld op het einde, want opnieuw hadden we hetzelfde benauwde gevoel. Ik werd licht in mijn hoofd en Max kreeg weer last van z’n hart. We moeten écht ons tempo leren, anders geraken we niet over die pas verdorie…

Voor Max was de wandeldag al ten einde in Braga. Ik kreeg gelukkig weer een energieboost na de lunch en ben alsnog met Akal vertrokken op de eerste acclimatiesatietocht. Nu ik ‘alleen’ was, kon ik me volledig focussen op mijn lichaam tijdens de klim. En het is gelukt. Zonder hijgen of al te zware hartkloppingen ben ik tot de Milarepa grot geraakt. Ik ging echter wel belachelijk traag. Voetje voor voetje. Maar ik ben er geraakt. En als ik niet sneller kan gaan dan een bejaarde pinguïn, dan is dat maar zo.

Ik was best trots op mezelf daar boven, 4000 meter boven de zeespiegel. Ondanks de bijtende kou (die ik niet had voorzien zonder handschoenen en muts) was ik volop aan het glunderen. De grot stelde niets voor. Het was gewoon een buddha achter glas in een kapel tegen een rots. Maar dat was niet het echte doel van de tocht. Mijn doel was controle vinden over mijn frustraties. Bejaarde pinguïns geraken ook over de pas, toch? En de kou, daar kan ik me tegen kleden.

Het mooiste van de hele tocht was echter dat mannetje in het zwart dat me beneden stond op te wachten. Ik viel bijna over een paar losse stenen op het pad toen ik de laatste meters naar beneden sprintte. Ik heb het gehaald, Max! En ik voel me goed! Wat volgde was één van de warmste knuffels die een mens kan krijgen.

 

Ben benieuwd wat jij denkt!