Van Jagat (1300m) naar Karte (1800m)

Vandaag was een lastige. Het is nu 20:15 en we liggen al in bed. Helemaal uitgeteld. Het is alsof het wandelen van de voorbije dagen nu pas in mijn benen is gekropen. Iets nieuws betekent altijd zoeken en al doende leren. Er waren dus meerdere redenen waarom ik in Karte afhaakte en niet doorploegde tot Daraphani, waar we eigenlijk hadden moeten slapen volgens de planning.

Ten eerste hebben we vandaag erg veel kilometers afgelegd en geklommen. De bergen hier in Nepal gaan niet zomaar recht omhoog. Het is een (fantastische) wirwar van paden die op en neer gaan over bergkammen en valleien om enkele (vogelvlucht) kilometers verderop bij een dorp uit te komen dat 500m hoger ligt dan het vorige. Wandelen van het ene dorp naar het andere betekent dus niet dat je 500m moet klimmen, maar eerder het driedubbele. Eigenlijk ben je constant aan het klimmen of dalen in de bergen. Soms is het ‘Nepali flat’. Dan ga je ook op en neer, maar rustig genoeg om een beetje bij te komen.

Zo waren we de dag begonnen. Nepali flat over de weg. In de ochtend hadden we lekker ontbeten en een donatie gedaan voor een computer in het plaatselijke schooltje, dus we zaten vol energie. De eerste kilometers lagen snel achter ons.

Na een dik uur lieten we de weg voor wat het was en kozen we weer voor het mooiere (en zwaardere) wandelpad. We hebben er enorm van genoten en elke meter was prachtig. Hopelijk zijn de foto’s voldoende om te tonen hoe mooi het hier is. Ik loop me nog steeds te vergapen aan de majestueuze ‘heuvels’, de mysterieuze bergen in de wolken, de kolkende blauwe rivier, de prachtige watervallen die overal uit de rotsen springen… Moet ik nog doorgaan?

Vanmiddag hebben we zelfs tien minuten ‘Dutch flat’ gelopen! We waren helemaal diep in de vallei op het level van de rivier waar het bergdorpje Tal ligt. Met uitzicht over nog zo’n spectaculaire waterval hebben daar lekker geluncht. Het ‘Dutch flat’ duurde helaas niet lang en al snel kropen de hoogtemeters in onze benen.

Soms voelt het als een eer om hier in Himalaya te mogen zijn. Zó mooi is het. Daarom probeerde ik vandaag niet te veel over mijn blaren te zagen. Zelfs al lagen ál mijn tenen open, zou ik nog steeds dolblij zijn dat ik hier ben. Maar ze begonnen op het einde van de dag toch verdomd zeer te doen. Het verpestte een klein beetje de intense en transcendente vreugde die ik de laatste tijd voel tijdens het wandelen. En die vreugde heb je nodig om door te zetten. Anders neemt je verstand over en begin je je af te vragen waarom je per se de grootste pas van de wereld over wil. Er moest dus iets gebeuren vooraleer ik alle goesting kwijt raakte. Toen kwamen we aan in Karte.

Maar het was niet alleen door het vele klimmen en de blaren dat de laatste kilometers tergend traag passeerden. De derde reden waarom ik moest stoppen, was omdat ik te weinig had gegeten. Hier in Nepal hebben ze een vernuft systeem gevonden om geld te verdienen aan de reizigers: de kamers kosten helemaal niets (écht niets – 0 euro), maar je betaalt je blauw voor een bord rijst met groenten. Een tent en slaapzak kan je immers makkelijk meesleuren op de berg, maar eten voor plus tien dagen, dat krijg je niet in je rugzak. Dus telkens wanneer Max en ik de hallucinante bedragen op de menukaart zagen, bestelden we nooit echt veel en lieten we tussendoortjes voor wat het was. Ja, Hollanders hé…

Maar tijdens zeven uur zwoegen en klimmen verbrand je méér dan drie maaltijden. Na drie dagen wandelen was mijn tank leeg en de reserve op. En toen herinnerde ik me wat mijn moeder me ooit heeft gezegd: bespaar nooit op eten. Ze bedoelde het uiteraard niet in de context van trekken door de bergen, maar de regel is overal toepasbaar. Max en ik hebben even aan tafel gezeten met het budget en vanaf nu kopen we hartige snacks, extra maaltijden, gekookte eieren (één dollar ‘t stuk!) en verwennerijen à volonté. We moeten verdorie nog een heel eind.

Gelukkig kunnen we wel besparen op water, want we hebben waterzuiveringstabletjes mee. Anders was het nog eens tien dollar per dag erbij, pfiew. Over water gesproken: ik dronk vandaag ook veel te weinig tijdens het wandelen. Hoog in de bergen moet je veel meer drinken dan op zeespiegelniveau. Vraag me niet waarom. Boven de 3000m wordt zelfs vier liter per dag aangeraden! Heb ik nog wat werk met mijn litertje. Geen wonder dat mijn hoofd op het einde van de dag als een ballon voelde.

Toen we in Karte arriveerden was ik eigenlijk zó op, dat niet ik maar Max de knoop doorhakte en besliste om het vandaag voor bekeken te houden. Hij pikte er een leuke lodge uit met warme douche en ik toverde mijn thermisch ondergoed tevoorschijn. Na een dahl bath set (heerlijk!) met unlimited refil (woop!) kwam er weer een glimlach op mijn gezicht.

Morgen nieuwe dag, nieuwe kansen.

Ben benieuwd wat jij denkt!