Wil je alles op een rijtje in je leven? Ga trekken in de Himalaya. De Thorung La (en elke andere pas of berg) is zoveel meer dan een hoop rotsen en sneeuw. Het is onze grootste angst. Het belichaamt ons grootste gevecht. Geraak je er overheen, dan win je. Moet je terug, dan ben je er nog niet klaar voor. Of is bergbeklimmen écht helemaal niets voor jou…

Om half drie waren we al klaarwakker. De kou hield ons nog even in bed maar de adrenaline was onze motor al aan het warmdraaien. In stilte kropen we in onze kleren en checkten we ons materiaal. Er waren geen woorden nodig om duidelijk te maken hoe zenuwachtig we waren. Een beetje over 4:00 uur begonnen we in het pikkedonker aan de klim naar high camp. Enkel aan de rij hoofdlampjes van de trekkers boven ons konden we zien waar het pad liep. Voetje per voetje werd de hemel iets lichter. De geruisloze bliksemschichten achter de contouren van de bergtoppen maakten het een magische morgen. Toen het zonlicht begon te reflecteren op de sneeuw, konden onze lampjes uit en liepen we in het ochtendgloren de laatste meters naar high camp.

Daar troffen we de laatste voorbereidingen: plasje doen, zonnecrème op ons gezicht smeren, heet water in de drinkzak, rugzak checken… Daar stonden we, gewapend met onze wandelstokken, klaar om onszelf te overwinnen.

Mijn woorden of de foto’s beschrijven niet half hoe spectaculair die ochtend was. De hele dag was er eentje die in geen enkele taal te beschrijven is. Het eindeloze pad, de machtige bergtoppen rondomrond, het krakende ijs onder onze voeten, het continue pogingen om de drinktuit van mijn camelpack warm te houden tegen bevriezing, het verlangen naar de warmte van de zon toen die nog achter de toppen zat, de verblindende sneeuw toen ze eindelijk hoog genoeg kwam, de blikken van ongeloof die Max en ik regelmatig wisselden, en uiteindelijk het besef dat we het echt zouden halen…

Dan kwamen de vlaggetjes in zicht. De duizenden Nepalese vlaggetjes op de top van de pas. Als ik had gekund, had ik gerend, maar vijf uur klimmen in de benen en de ijle lucht in mijn longen verboden het. Met stalen geduld heb ik de laatste meters in het eeuwige slome tempo afgelegd om te eindigen in de armen van Max. Ook voor hem was La Thorung meer dan een gewone berg. Ook hij had zijn gevecht gewonnen.

De dag was echter nog niet voorbij. We hadden nog vier uur dalen voor de boeg. Maar mijn lichaam was er klaar mee. Ik had het al die dagen geforceerd en nu het eindelijk op die pas was geraakt, wilde het niets liever dan opgeven. Wat het uiteindelijk ook deed. Halverwege de afdaling was er geen enkele logische of positieve gedachte nog sterk genoeg om me recht te houden. Ik begon te huilen, verloor mijn adem en stortte in. Ik had het gehaald. Ik had het gehaald…

Ik kom uit Tielt, een klein stadje in West-Vlaanderen, precies in het midden van de driehoek Brugge-Gent-Kortrijk. Ik woonde in een groot huis met mijn vader, moeder en zus. Mijn familie was traditioneel en beschermend. Ik hield van schrijven en was altijd de laatste in de turnles. Als je me vroeg wat ik wilde studeren, dan zei ik ‘talen’, een antwoord dat er al jaren ingebakken zat. En hoewel ik altijd veel vragen stelde, wentelde me gemakkelijk in routine en gewoontes. Maar er was één iets wat me wakker hield: reizen. Ho wat leefde ik op als ik onbekende grond tussen mijn tenen voelde. De wereld hield mijn nieuwsgierigheid draaiende en hoe verder ik Tielt achter me liet, hoe sneller het ging draaien.

Als iemand me tien jaar geleden had gezegd dat ik in mijn jongvolwassen jaren een goedbetaalde job zou opgeven om een half jaar door Azië te reizen en de Himalaya zou beklimmen, dan was mijn enige antwoord een opgetrokken wenkbrauw geweest. Van iedereen in mijn omgeving was ik wellicht het minst bewust van mijn kunnen. De deur van bewustwording stond al op een kier toen ik een half jaar geleden op het vliegtuig naar Bangkok stapte, maar op Thorung La heb ik de deur met een ninja-kick open gestampt. Ik heb gewonnen. En mijn prijs is zelfvertrouwen. De grootste dosis.

Met de steunende woorden van Max onder mijn schouders, kreeg ik mezelf weer wankelend op de been en haalde ik alsnog het eerste eethuisje van de afdaling. Een halve liter cola en de chocolade die ik al twee weken in mijn rugzak had (om de overwinning te vieren), gaven eventjes genoeg energie om nog tot Muktinat te geraken, een dik uur wandelen verderop.

Eenmaal gesetteld begreep ik daar pas echt hoe ver ik mijn lichaam had gedwongen: ik zag witte vlekken aan de linkerkant van mijn zicht en mijn lichaam trilde onophoudelijk. Opstaan moest voorzichtig om mijn evenwicht niet te verliezen. Mijn oogjes waren piepklein en mijn gezicht gloeide. Maar tussen al die ellende was er ook een niet te vergissen glimlach. We hebben ons die middag tegoed gedaan aan yak burgers, gnocci, pizza en apple brandy. Om 18:00 uur lagen we in ons bed. Tevreden en voldaan. Op elke mogelijke manier.

Ben benieuwd wat jij denkt!