Na een yogales wordt vaak voorgesteld om even stil te staan bij jezelf en dankbaar te zijn voor je lichaam. Ik begreep nooit echt hoe ik dankbaar kon zijn voor mijn lichaam? Zonder lichaam bestond ik simpelweg niet. Of moest ik dankbaar zijn dat ik gezond en sterk was? Maar nu begrijp ik het. Vandaag, na een zware tocht door het ijle naar Thorung Pedi op 4600m, zonk het in.

Het is mogelijk om ons lichaam tot ver over de grens van redelijkheid dwingen. Met wilskracht kan je door elke vorm van pijn bijten. Je lichaam zegt constant nee maar zolang jij ja zegt, gaat het door. Ondanks de blaren, bevroren vingers, kapotte lippen, verbrandde neus, vermoeide spieren, stijve schouders, hoofdpijn, zuurstoftekort en alle gevolgen van beperkte hygiëne… bleef ik vandaag lopen.

Mijn wilskracht was echter geen solide muur. Eerder een wankelende wachttoren met één enkele soldaat bovenop die de hele tocht een onophoudelijk gevecht voerde met mijn lichaam:
– Lichaam: Malvina, wat denk je dat je aan het doen bent?
– Geest: Uuh, trekken door de Himalaya. Hier heb ik een jaar naar uitgekeken!
– Lichaam: Wist je toen ook dat het zo verdomd moeilijk zou zijn? Dat zelfs gewoon ademen hier lastig is! Zie je lopen, je gaat nauwelijks vooruit.
– Geest: Zelfs slome bejaarde pinguïns geraken over de pas. Ssht!
– Lichaam: Waarom doe je me dit aan? Alles doet pijn. Ik heb het benauwd. Aan wie wil je wat bewijzen?
– Geest: Niemand. Of mezelf misschien? Als ik dit kan, kan ik alles! Laat me dit nu even afwerken. Gun me dit moment.
– Lichaam: Beneden was toch veel fijner wandelen. Ga gewoon terug en laat me rusten. Ik ben moe. Je wilde gewoon genieten, toch? In de yogalessen zeggen ze ook altijd dat je nooit te ver moet gaan en dat je zorg moet dragen voor je lichaam.
– Geest: Maar kijk dan! Het is hier bizar mooi! Dat vind je niet op zeeniveau!
– Lichaam: Maar Max is ook moe. Stel dat zijn hart op 5000m toch serieus raar gaat doen? Niemand kan helpen dan!
– Geest: Max weet wat hij aankan. Zie ‘m doorzetten ondanks alles! Vergeleken met hem heb je het helemaal niet lastig. Hou je kop!
– Lichaam: Het is vast allemaal niet zó spectaculair daarboven. Je bent moe, luister naar mij, Malvina.
– Geest: Nee, ik ben er bijna. Je gaat lopen tot je erbij neervalt.

En zo kwam ik om 11:00 uur aan op de laatste stop voor de pas. Het bikkelen was echter nog niet voorbij. We moesten nóg 400m meter stijgen tot bijna 5000m hoogte en dan weer dalen. Kwestie van het acclimatiseren niet enkel aan de diamox over te laten. Maar dit keer gaf ik mijn soldaatjs op de toren des wilskracht een extra zetje: muziek.

Ik had de voorbije dagen me al nu en dan eens aan het wi-fi apparaat gekluisterd in de hoop dat ik met de povere internetverbinding wat muziek kon downloaden. Dat was wonder boven wonder gelukt en vandaag kwam dat goed van pas. Met de moodboosters in mijn oren kon ik de tweestrijd in mijn hoofd stopzetten. We haalden high camp in een recordtempo. Akal glunderde van trots en ook wij stonden versteld van ons kunnen.

Tijdens ons theekransje op 5000m vertelde de Amerikaan waarmee we samen wandelen sinds Kangsar (alsook de Nederlandse) hoe hij een paar jaar geleden de ultra run van 80 kilometer had gerend. Twaalf uur lang had hij non-stop gerend. You push and push and never stop, whatever your body says. That’s how you make it.

Blijven gaan. Blijven gaan. De pijn is tijdelijk. Niet stoppen. Zo geraken we er. Morgen wekker om 3:00 uur. Let’s do this!

Ben benieuwd wat jij denkt!