Twee dagen voor ons vertrek naar de Nepalese bergen wisten we eigenlijk helemaal nog niet welke route we wilden doen. We twijfelden vooral tussen het Annapurna circuit en het Manasulu circuit. De laatste is minder ‘toeristisch’, wat ons aantrok, maar dus ook iets minder toegeeflijk als het niet mee zit. We hebben iedereen die we tegenkwamen in Kathmandu de pieren uit de neus gehaald om de juiste beslissing te kunnen nemen.

Dat we de juiste keuze hebben gemaakt, dat is zeker, maar vandaag herinner ik me iets anders waarvoor we constant gewaarschuwd werden. Als ik vroeg op welk circuit wij als beginners het meest plezier zouden beleven, antwoordde iedereen hetzelfde: geen enkele. Trekking is not fun, it’s hard.

Ze zeiden het echter allemaal op hun eigen positieve lachende manier, dus ik vertrok twee dagen later alsnog met het idee dat we drie weken al mediterend in de heerlijke berglucht gingen wandelen en in basis accommodaties zonder comfort zouden slapen. Wat had ik het compleet verkeerd. Het is omgekeerd! We douchen nog steeds warm (buiten enkele uitzonderingen na) en de bedden zijn zo lekker! Comfort in overvloed dus. De heerlijke berglucht was echter een zware illusie. Je kan immers boven 4000m nauwelijks ademen… De tweede acclimatiesatietocht van vandaag opende onze ogen. Bergklimmen is helemaal niet leuk!

Ik moest vandaag 600 meter hoger klimmen dan gisteren. Max zelfs nog meer, want hij had de eerste acclimatiesatietocht gisteren gelaten voor wat het was. Opnieuw ging het voetje voor voetje zodat we niet buiten adem geraakten. En we deden het heel goed. We voelden ons goed.

Vanaf 4000m begonnen echter weer de irritaties. Honderd meter verder sloeg de kou toe. Een beetje verderop hielden we even pauze bij het enige hutje op de hele tocht, maar dat had het verkeerde effect. Toen we na de stop verder gingen, begon Max zwart te zien en ik kreeg weer pijn achter mijn ogen. Ondertussen kregen we het weer steeds benauwder. Hoe traag we ook gingen en hoe positief ik mijn gedachtes ook hield, het was een waar gevecht. Op 4500m, 100 meter onder het meer, kapten we ermee. We moesten niemand niets bewijzen. Onderweg naar beneden kwam het Tilicho dilemma weer op. Willen we dat spectaculaire meer zo graag zien? Wat hebben we ervoor over? Wat zoeken we hier eigenlijk in de bergen?

De avond brachten we aan tafel door met een Canadees koppel. Zij waren niet de eerste die ons vertelden dat de weg naar Tilicho eigenlijk best gevaarlijk was. Ook hun Lonely Planet beaamde dat. Bovendien hadden we de voorbije dagen geruchten gehoord dat reizigers terugkeerden van Tilicho omdat het weer te slecht was. En er is geen vuur bij te op warmen in base camp!

Dat laatste was voor mij de doorslag. We zijn naar de bergen gekomen om te genieten. Om een mooi memorabel einde te breien aan onze fantastisch reis van zes maanden. We zijn hier niet om te vechten met ons lichaam of stoere gevaarlijke tochten te doen. Thorung La wordt al zwaar genoeg. Max dacht er al langer zo over. Toodles Tilicho!

Nu de kogel door de kerk was, genoten we extra van onze superdelux veggie hamburger met frietjes. Ik kon mijn haar drogen bij het vuur (nee, dat is niet zo vanzelfsprekend in de Himalaya) terwijl we onze nieuwe route uitstippelden. We hebben Yatzee gespeeld met de Canadezen en tot laat nagepraat (20:00 uur – haha). We zijn nog lang niet bij de pas. Genieten, dat gaan we doen!

Pas toen ik in bed lag, herinnerde ik me een gesprek met een vrouw bij de apotheker in Kathmandu. Ze zei dat ze zich altijd zo ziek als een hond voelt in de bergen (of als shit in haar woorden). But I keep coming back…

Ben benieuwd wat jij denkt!